Ten noorden van het hoofdgebouw staat het in de 18de
eeuw gestichte koetshuis Het werd al voor 1983 verbouwd, waarbij de grote
deuren symbolisch werden gehandhaafd, en is thans deel van de gemeentesecretarie.
Onze tocht voert ons nu naar de Vechtzijde
van het huis. Toen het huis werd
gebouwd was dat de voorkant; de rivier vervulde een maatschappelijk belangrijker
rol dan de landzijde.
Toen Theodorus Boendermaker eigenaar was van Boom en Bosch (1711-1720) werden
aan de oost- en de zuidzijde van het huis grote
formele (Franse) tuinen aangelegd met veel beelden en geschoren hagen.
Bij de restauratie in 1984 is de tuin tussen het huis en de Vecht opnieuw in
een geometrisch patroon in Franse stijl aangelegd, met beuken- en buxushagen.
Aan de Vechtoever is van de oorspronkelijke Boendermakertuin nog een in de Vecht
uitgebouwde aanlegsteiger aanwezig, waar vroeger de trekschuit kon aanleggen.
In het gemeentehuis Boom en Bosch hebben alleen de centrale hal en de kamer
van
de burgemeester nog hun historisch aanzien behouden. Alle overige vertrekken
zijn in de
loop van de tijd al gemoderniseerd. De burgemeesterskamer in de noordoosthoek,
aan de Vechtzijde, heeft de betimmering in Lodewijk XV stijl behouden: de lambrizering
en het plafond zijn door balken in vakken verdeeld. Al het houtwerk is in het
zogenaamde Vechtgroen geschilderd. Boven de vleugeldeuren naar de tussengang
hangt een portretschildering van Engel baron de Ruyter. In de betimmering van
de schoorsteenboezem is een spiegel gevat met daaronder een schilderij, voorstellende
'de slag bij Chatham', een belangrijke historische gebeurtenis uit het leven
van Michiel de Ruyter. Van beide schilderijen is de herkomst onzeker; het gaat
hier ongetwijfeld om kopieën. De burgemeesterskamer is overwegend met reeds
aanwezig antiek meubilair ingericht.
Aan de voorzijde van het gebouw wandelen we door het park waarin de Engelse
landschapsstijl is gehandhaafd. Aan de rechterzijde van het hoofdpad ziet
u een bronzen
kalkoen, gemaakt door de beeldende kunstenaar Gabriél Sterk.
Bij een wandeling door het dorp komt u op verschillende plaatsen beeldhouwwerken
van zijn hand tegen.
De
muziektent werd in het park gebouwd nadat Boom en Bosch gemeentehuis was
geworden. Tijdens de zomermaanden vinden hier regelmatig concerten en opvoeringen
plaats.
Het park wordt aan de buitenzijde afgesloten door het
toegangshek. Op de pilaren zijn in 1925 respectievelijk het wapen van de
gemeente Breukelen-Nijenrode en van de provincie Utrecht aangebracht. De ervoor
geplaatste stootpalen met het jaartal 1847 stonden tevoren op het einde van
de 'nieuwe oprijlaan' naar de Straatweg, waar nu de ING-bank staat.
Tegenover de uitgang zien we de
Markt. De grond waarop deze is aangelegd, behoorde tot 1925 bij de buitenplaats
Boom en Bosch, die tot de Straatweg doorliep. De Markt werd aangelegd om ruimte
te bieden aan de wekelijkse kaasmarkt, gesticht in 1885, die in de eerste 40
jaar van de 20ste eeuw een grote omvang had. De laatste kaasmarkt omstreeks
1970 gehouden.
We lopen rechtsaf de Dannestraat in. Na de eerste huisjes rechtsaf de straat in die de naam Brouwerij draagt. Aan de Vecht stond vroeger in deze straat de brouwerij De Vijfhoek, vermoedelijk gesticht in de 15de eeuw en beëindigd in de jaren 1870 - 1875. De brouwerijpanden werden graanpakhuizen. De jongste uit 1890 is in 1960 verkocht aan de Gereformeerde Gemeente, die er een kerkgebouw in vestigde. De andere drie zijn tussen 1998 en 2000 tot woonhuizen verbouwd, waarbij zoveel mogelijk van hun oude uitstraling is behouden.
We vervolgen onze weg door de Dannestraat. Let op de klokgevel van het hoekpand
Brouwerij 8, met daarboven op een ornament.
Dannegracht 9b is in 2000 in de tuin of achterplaats van het hoekhuis gebouwd.
Verder staan langs
de Dannegracht van oorsprong 17de-eeuwse huizen, gebouwd op de restanten
van huizen die in het Rampjaar 1672-1673 door de Franse troepen werden vernield.
Aan het eind van de gracht ligt een tuin in eenvoudige Franse stijl, met lage
haagjes. Daaraan ligt de achterzijde van het
huis Vecht en Dam, waarvan we later gedurende de wandeling de fraaiere Vechtzijde
zullen zien.
Het kruispunt van Dannestraat, Herenstraat en Brugstraat en de weg over het
zuiden van de Kerkbrink (een weg waarlangs vroeger aan beide zijden huizen stonden)
markeert ongeveer waar eertijds het midden van het oerdorp Breukelen lag. Het
begon als een woerddorp, met daarop een kruis van twee wegen. Een woerd was
een lage, opgeworpen woonheuvel, die bescherming moest bieden tegen het rivierwater
in tijden van hoge waterstanden
Rechtsaf de Brugstraat in. Hier vinden we nog enigermate de sfeer van weleer.
Enkele woningen hebben fraaie gevels en gevelstenen. Opvallend is het voormalige
kaaspakhuis uit 1998 met een
gedenksteen uit 1955, toen de eigenaar J. Molenkamp zijn vijftigjarig jubileum
als kaashandelaar vierde.
De
ophaalbrug over de Vecht verbond vanaf de 12e eeuw tot eind 1948 twee verschillende
gerechten, die sinds 1811 de gemeenten Breukelen-Nijenrode (ten Westen van de
Vecht) en Breukelen-St. Pieters (ten Oosten van de Vecht) hadden gevormd.
De Vechtbrug was vroeger een tolbrug. Zowel voor het overgangsrecht als het
doorvaartsrecht moesten niet-ingezetenen betalen.
In het verlengde van de Vechtbrug, aan de andere kant van de Vecht, begint de Laan van Gunterstein. Eeuwenlang was dit het begin van een weg die via de kruising met de Zogdijk (thans Scheendijk) verder doorliep tot aan de huidige Breukeleveense Herenweg. Tot in 1987 was de Laan van Gunterstein de enige weg waarover men per voertuig de Scheendijk kon bereiken.
Rechts van de weg de
ridderhofstad Gunterstein. Dit kasteel, dat niet toegankelijk is voor publiek,
moet al in de 14de eeuw als een burcht zijn gebouwd. Die werd in 1511 door de
Utrechters verwoest, omdat de toenmalige eigenaar Hendrik, de bastaard van Nijenrode,
Habsburggezind was. In 1673 werd het herbouwde kasteel door de Franse troepen
in brand gestoken. In 1680-1681 liet Magdalena Poulle Gunterstein in eigentijdse
vorm herbouwen op het kleine, door een slotgracht omgeven terreintje van het
oorspronkelijke kasteel. Magdalena Poulle, die zelf geen kinderen had, bepaalde
bij testament dat Gunterstein voor altijd in de familie moet blijven.
En dat is ook gebeurd. Het beheer is door de eigenaren in 1952 overgedragen
aan de Stichting Ridderhofstad Gunterstein, waarvan de huidige kasteelheer,
jonkheer mr. W.H.D. Quarles van Ufford voorzitter is. Hij en zijn echtgenote
verrichten hun taak met grote toewijding.
Vanaf het Zandpad hebben we een goed zicht op een aantal fraaie woningen op de westoever van de rivier (zie het informatiepaneel in de berm ten noorden van de brug tegenover de waterstoep). Aan de zuidkant van de brug, waar de Danne in de Vecht uitmondt, zien we een houten tuinhuis met een overstekend rieten tentdak eindigend in een pinakeltje. Op deze plek waar reeds voor het Rampjaar 1672-1673 een huis had gestaan, werd omstreeks 1675 het huis Vecht en Dam gebouwd voor de schout van Breukelen-Nijenrode Jacob de Kinderen. Ook hier was de Vechtgevel oorspronkelijk als voorgevel bedoeld. Let ook op het aanlegsteigertje met sierhek aan de Vecht.
We lopen weer de Vechtbrug over. Naar het noorden kijkend merken we in de verte
een
theekoepel op, behorende bij het huis Vroeglust, een voormalige buitenplaats.
In het verleden stonden hier nog heel wat meer van dergelijke tuinhuisjes. Na
het brugwachtershuis rechtsaf het
steegje in, waar vroeger de beurtschippers woonden. Rechts ligt aan het
eind van de Nauwe- of Watersteeg een oude gemeentestoep waar, in de tijd voordat
de openbare waterleiding bestond, de mensen uit de omgeving water konden halen.
We lopen de
Watersteeg uit en steken over naar de Kerkbrink. Dit plein is pas in de
jaren 1970 ontstaan door het slopen van veel oude dorpsbebouwing. Het bestond
uit het westelijke deel van de Brugstraat (aan de zuidzijde van het huidige
plein) en de in elkaars verlengde liggende Kerkstraat en de Nieuwstraat (aan
de noordkant).
Aan de rechterkant van de Kerkbrink is café Het Reghthuys. De
gevelsteen vermeldt: 'Regthuys van Breuckelen en Breuckeleweerd'.
Dit rechthuis bestond al geruime tijd voor het Rampjaar 1672-1673, waarin het
ernstig werd verwoest. De opkamer en de kelders met meters dikke muren, getraliede
vensters en gegrendelde deuren zijn het enige wat nog rest van het oude gebouw.
Zij getuigen van de bestuurlijke en rechterlijke macht die schout en schepenen
in dit 'geregthuijs' uitoefenden. Van 1811 af was er de secretarie van de Gemeente
Breukelen-Nijenrode gevestigd, totdat in 1860 het gemeentehuis er tegenover
in gebruik werd genomen.
De
tralievensters aan de kant van de Herenstraat laten nog zien waar het cachot
lag. Van oudsher was in Het Regthuys al een herberg gevestigd.
Wanneer u in de richting van de fraaie Pieters- of dorpskerk wandelt, ziet u een mozaïek van die kerk in de bestrating. Dit mozaïek werd vervaardigd door de Breukelse kunstenares Cobie van der Moere-Stienstra (ook bekend als Elisabeth Jacobs). Ook op het plein het bronzen kunstwerk 'Twee ganzen' van de al eerder genoemde kunstenaar Gabriël Sterk.
De
Pieterskerk is een éénbeukige kruiskerk met houten tongewelven.
Het 15de eeuwse koor is het oudste deel van het huidige gebouw. In de noordgevel
van het kruis van de kerk het zogenaamde deurtje
van Gunterstein. In de kerk bevindt zich daarachter een bank toebehorend
aan Ridderhofstad Gunterstein.
Tegen de westkant van het kruis en de noordkant van het schip staat de kapel
van Clliquet, voorzien van een met leien gedekt puntig dak. Deze grafkapel werd
gebouwd in opdracht van de familie Rotgans, van het Vechtbuiten Cromwijck, en
ging later over op de familie Cliquet die op het buiten Vegtvliet woonde.
De kerk van Breukelen is nauw verbonden met kasteel Nijenrode. In de hoek van
het koor en het zuidelijk transept is in 1467 door Gijsbrecht van Nijenrode,
toen heer van het kasteel, een kapel gebouwd ter nagedachtenis aan Hendrick
van Nijenrode.
De eerste steen voor de nieuwe toren, ter vervanging van de in 1702 bij een
storm ineengestorte oude toren, werd gelegd door Anna Pergens van Nijenrode.
Boven de kerktorendeur aan het Kerkplein herinnert een gedicht van Lucas Rotgans
aan haar inzet voor de herbouw. Ook van binnen is de kerk de moeite van het
bekijken waard. Aan de wanden hangen veel rouwborden
en wapenborden, bijna alle uit de 18de eeuw. Zij herinneren aan roemrijke
Breukelse geslachten. Het orgel werd in 1787 gebouwd door de gebroeders Bätz
uit Uttrecht.
Aan de noordzijde van het Kerkplein staat het herbouwde voormalige brandspuithuisje. Oorspronkelijk stond dat meer naar het westen, waar het plaats moest maken voor het hervormde-gemeentecentrum Bonifatiushuis. Een speciaal hiervoor in het leven geroepen plaatselijke stichting liet het v66r de afbraak zeer gedetailleerd in kaart brengen en daarna zoveel mogelijk met de oude materialen weer opbouwen, waarna het de bestemming galerie kreeg.
Aan de westkant van het Kerkplein ligt de toegang tot de Oude Begraafplaats, die in gebruik werd genomen toen het begraven in de kerk verboden werd. Op die begraafplaats zijn onder meer Kees Dudok de Wit (Kees de Tippelaar) en de in de oorlog omgekomen RAF-vlieger Luitenant Maltby begraven.
Aan de zuidzijde van het Kerkplein twee blokken oude huisjes, voormalige armenhuisjes. Deze waren in oorsprong eigendom van de kerkvoogdij en stammen uit de 18de eeuw. Het oudste blok uit de 18e eeuw werd in 1853 van drie naar twee huizen teruggebracht (nu deel van het rouwcentrum). Het blok van acht huizen stamt uit 1853, was tot 1986 eigendom van de kerkvoogdij.
We verlaten het Kerkplein en gaan rechtsaf de Straatweg op. Meteen rechts een klein plantsoentje met een gedenkteken voor de Breukelse gevallenen voor vrede, vrijheid en democratie. Het is gemaakt door de kunstenares Gerthy Baars en bezit van de Historische Kring. Ook staat hier de Bevrijdingsbank en op de gevel aan de westzijde is een herinnering aangebracht aan de Canadese militairen die in mei 1945 enige tijd in Breukelen verbleven.
Voorbij de brug zien we het café-restaurant l'Escargot (1988), dat eeuwenlang Het Staaten Wapen heette. De voormalige herberg en uitspanning wordt in 1702 nog vermeld als "vanouts genaemd de Prins", maar de eigenaar zal kort daarna het wapenbord van de Staten van Utrecht hebben uitgehangen, waaraan de nieuwe naam is ontleend. Het was één van de pleisterplaatsen langs de oude hoofdweg tussen Amsterdam en Utrecht, waar ook de postkoets van paarden wisselde.
Op het terras aan de zuidzijde vindt u een fraai beeldhouwwerk van een meisjesfiguur, gemaakt door Otto Schouten in 1985. Voor de ingang van de Rabobank staat een beeldhouwwerk, voorstellend een 18de-eeuws echtpaar uit de gegoede stand. Het beeld draagt de titel "De glorie van de Vechtsreek" en werd in 1989 vervaardigd door W.G. van der Hulst jr. uit Nieuwersluis.
Achter l'Escargot vinden we de voormalige
boerderij De Poel uit 1859. Al in de Vroege Middeleeuwen bevond zich hier
de vroonhoeve Ten Poel (bij de Poel), het bestuurlijk centrum van Breukelen,
waar de heren uit het geslacht De Poel woonden. Zij ontleenden hun naam aan
het moerasachtige gebied tussen de oeverwallen van de rivieren de Vecht en de
Aa waar zij de rechtsmacht uitoefenden.
In 1967 verlieten de laatste bewoners de boerderij, die kort daarna werd het
verbouwd tot openbare bibliotheek. In wat ooit het zomerhuis was, is thans de
Breukelse Muziekschool gehuisvest.
Tegenover de Rabobank zien we aan de Straatweg een huis met een torentje. Het pand werd in 1884 op het terrein van Boom en Bosch gebouwd door de eigenaar Herman Daniel Willink van Collen, die op Gunterstein woonde. Het hangtorentje is een replica van dat aan kasteel Oudaen, dat toen ook tot zijn bezittingen behoorde. Het pand werd direct na de bouw voor 10 jaar aan het Rijk verhuurd om als post- en telegraafkantoor te worden gebruikt; vandaar ook de posthoorn op het torentje.
Naast de Rabobank staat een rechthoekig, meermalen verbouwd
winkelpand. Het huis is daar in 1882 in de tuin van Het State Wapen in opdracht
van H.D. Willink van Collen voor de verhuur gebouwd. Let op de daklijst. Hij
was ook de opdrachtgever voor de bouw van de drie herenhuizen aan de westzijde
van de Straatweg, met de huisnummers 49 (Noordwijk), 47 (Middenburg) en 45 (Zuidwijk).
Het blok werd in 1883 als één symmetrisch geheel gebouwd; de huizen
49 en 45 waren toen elkaars spiegelbeeld. In 1884 liet hij, eveneens in de voormalige
tuin van Het State Wapen het
huis Guarda bouwen (nu huisnummer 43).
We steken de Straatweg over en vinden daar de
oude kaasbel uit 1927. Hij stamt uit de tijd toen in Breukelen op het Marktplein
de wekelijkse kaasmarkt werd gehouden. De bel luidde het begin van de verkoop
in. De bel was een geschenk van Breukelen-St. Pieters bij de opening van het
nieuwe markterrein.
We beëindigen de wandeling bij het hek van Boom en Bosch.
***
De tekst is samengesteld door leden van de Historische Kring Breukelen
Enkele wetenswaardigheden en (eigen)aardigheden
De oudste vermelding van Breukelen dateert uit het eind van de 7e eeuw, wanneer
het nog wordt aangeduid als Attingahem. Deze naam verwijst naar een zekere Atto
of Attinga wiens familie langs de Vecht diverse stukken grond van de (toen Friese)
koning in achterleen hield en op de vroonhoeve Ten Poel woonde. De Engelse zendeling
en latere missionaris Bonifatius stichtte in het jaar 720 te Attingahem een
Pieterskerk. Deze nederzetting zal derhalve toen al van een zekere betekenis
zijn geweest. Eerst na ontginning van het veengebied duikt de benaming Breukelen
aantoonbaar in relatie tot deze woonplaats in de geschreven bronnen op.
De rivier de Vecht heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het ontstaan van Breukelen.
Naast de vele buitenplaatsen die herinneren aan de bloeitijd van de Gouden Eeuw,
zijn op de oevers van deze rivier, die in alle jaargetijden bekoort, drie kastelen
te zien :
" Kasteel Oudaen aan het Zandpad is een voormalige ridderhofstad uit de
14e eeuw. Nu wordt het particulier bewoond.
" Kasteel Gunterstein, fraai gelegen bij de karakteristieke witte Vecht-
brug,.wordt voor het eerst genoemd in een leenbrief van 5 mei 1386. In 1672
werd het kasteel verwoest door de Franse troepen. In 1681 werd Gunterstein in
zijn huidige vorm gebouwd. Het landgoed is te bezoeken, de toegang vindt u tegenover
de scherpe bocht in de Laan van Gunterstein. Het kasteel is niet toegankelijk.
" Kasteel Nijenrode, gelegen aan de Straatweg aan de overzijde van de Vecht,
werd gebouwd in het midden van de 13de eeuw. Het kasteel biedt onderdak aan
de Universiteit voor Bedrijfskunde, Nijenrode. Ook dit kasteel is niet toegankelijk
voor publiek.
Tot de belangrijkste buitenplaatsen behoort Boom en Bosch, thans gemeentehuis,
waar Engel de Ruyter woonde, de zoon van Michiel Adriaansz de Ruyter. Het park
is aangelegd, in Franse stijl (nu weer aan de Vechtzijde) en later veranderd
in de Engelse landschapsstijl.
Een eindje verder op de Straatweg staat de buitenplaats Slangevegt. Hier woonde
de zeer bekende Breukelse inwoner L.C. Dudok de Wit. Zijn bijnaam 'Kees de Tippelaar'
, kreeg hij naar aanleiding van zijn vele wandelingen over de gehele wereld.
Hij was behalve wandelaar echter ook een weldoener. Nog ieder jaar ontvangen
de Breukelse basisschoolkinderen op zijn verjaardag uit een door hem ingesteld
legaat een portie poffertjes. Speciaal voor die gelegenheid staat op de Markt
in de eerste week van oktober de befaamde poffertjeskraam van de familie Van
der Steen. Al ruim 75 jaar verzorgen zij de traktatie uit naam van L.C. Dudok
de Wit. Zijn bronzen beeltenis vindt u in de tuin van het gemeentehuis Boom
en Bosch.
Queekhoven aan het Zandpad werd gebouwd in de 18e eeuw en was ooit een kostschool voor jongens en later een vermaard toonkunstenaarscentrum 'Eduard van Bijnum'. Vermeldenswaardig is de tuin, die oorspronkelijk werd aangelegd als formele baroktuin. In de eerste helft van de 19 de eeuw werd deze herschapen in een landelijk park. In de loop van de tijd heeft de tuin steeds meer bekendheid gekregen door de fraaie aanleg en vooral door het bijzondere bomenbestand. Er staan meer dan 150 verschillende boomsoorten en -variëteiten, waaronder moerascypressen met goed ontwikkelde luchtwortels en een tulpenboom. Verder zijn er vele oude fruitrassen te vinden. in het voorjaar bloeien de stinzenplanten uitbundig. De tuin van Queekhoven is beperkt te bezichtigen.
Naast Queekhoven ligt het landgoed Groenevecht uit de 17de eeuw. Wat verderop komt aan de andere zijde van de Vecht, Vegtvliet in zicht. Dit Vechtbuiten werd in 1670 gebouwd en is een van de grootste en best geconserveerde buitenplaatsen. In de noordgevel van het gebouw bevindt zich nog een kanonskogel uit het rampjaar 1672/1673.